advertentie

Un ieëwigheid

Zondag 28 februari 2021, 19.30 uur is een gedenkwaardig tijdstip geworden. Voor het eerst sinds maanden voelde ik aan de deur van een Venloos café.

Die was niet op slot. Binnen moest ik me inhouden om niet als de paus op de knieën te vallen en de grond te kussen. Wat deed ik in deze eindeloos lijkende periode van corona en strikte horecasluiting in een café? Was de aandrang tot kroeglopen zo hoog gestegen, dat ik willens en wetens in overtreding was?

Het radioprogramma Dijkstra en Evenblij Ter Plekke had me uitgenodigd om mee te klasjenere over Venlo. Het Ter Plekke was De Gouden Tijger. Niet het café aan de Lomstraat, waar ik vroeger door langdurig verblijf op zijn minst twee broeken heb versleten. Dat etablissement is spiètig genóg allang gesloten. Grote delen van het interieur zijn aevel geplaatst in het voormalige café Scala, veurhaer Baer de Woers. De horecagelegenheid aan de Steenstraat, alzoeë. Het is ein plaetje geworden, herinneringen aan vervlogen golde ore kwamen bovendrijven. Ga ervan genieten wanneer het weer kan.

Een gevoel van de-vlag-kin-oèt! overviel mij, toen ik de lippen zette aan het eerste glas. Het was liefdevol ingeschonken en geserveerd. Hoe lang is het morejen geleden, dat ik un klep dronk in een café? Ik kan het moment niet met honderd procent zekerheid reproduceren. Het is aevel veel te lang geleden. De veertig jaar, die de Joden volgens de bijbel in de woestijn rondzwierven, was best een hele tijd. Dat ga ik niet bestrieje, maar voor mijn gevoel komt de periode dat de kroegen dicht zijn doeën in de buurt.

Terug wandelend naar huis, met in de binnenzak de avondklokontheffing, kwam ik aan cafés voorbij waar ik ooit gast was:
Café Central
De Vergulde Gaper
In den dorstigen Haen
BikMik
De Locomotief
Brouwersplaats
De Witte
Tante Bet
The Rub-a-dub
De Jordaan
De Keulse Kar
De Gouverneur
De Galerie
De Tapperie
Bonjoere
Bonaparte
Leo’s Proeflokaal
Take Five
De Brasserie
Hatseflats
The 7ties
Vader Klaassens
Shannons
Mundo

Ik dacht aan alle mensen, die er hun boterham verdienen. Voor hen is het een hard gelag. De Parade is allewiels geen kloppend hart, maar een bonzend hoofd door de zorgen die horecaondernemers hebben. In geen enkel café brandde licht, overal was de tap toe. In geen enkel café smoèsde Amor, werd gelachen, stil verdriet verdronken of een sterk verhaal verteld.

Geen amoureus gefluister, lach, snik of schaele wazel. Wat een gemis. Schreef ik hierboven veertig jaar? Morejen, ’t lièkent waal un ieëwigheid.

Wies ’t aevel weer ens is,
Sef Derkx