advertentie

'Sport en politiek gescheiden? Dat is nooit zo geweest'

Als de voetballers van het Nederlands elftal wordt verweten dat ze niet zullen afzien van deelname aan het WK in Qatar, kan oud-hockeyinternational Geert van Eijk zich als geen ander inleven. Hij ging in 1978 met het Nederlands hockeyteam naar het eveneens omstreden WK in Argentinië.

Terwijl het Nederlands elftal zich voorbereidt op het EK dat volgende week start, gaat de discussie al langer over het WK voetbal volgend jaar in Qatar. Vraag die daarbij centraal staat: kun je het sporters verwijten dat ze deelnemen aan een toernooi in een land waar mensenrechten geschonden worden? Iemand die daarover kan meepraten is oud-hockeyinternational Geert van Eijk uit Tegelen. Waar in Qatar nu mensen sterven bij de bouw van stadions, verdwenen duizenden Argentijnen in 1978 onder mysterieuze omstandigheden. Ook toen was er maatschappelijke discussie over de vraag: moeten we wel of niet gaan? 

Geert van Eijk ondervond die maatschappelijke discussie hoogstpersoonlijk. Hij ging al mee naar de Olympische Spelen van 1976 en stond in 1978 aan de vooravond van zijn eerste en enige WK. De Tegelenaar, toen 29 jaar, werd net als zijn ploeggenoten lid van Amnesty International. 'Wij waren heel goed op de hoogte van wat er in Argentinië aan de hand was. Freek de Jonge en Bram Vermeulen (van de activistische cabaretgroep Neerlands Hoop, red.) zijn een paar keer na een training bij ons op bezoek geweest om ons te vertellen over en te overtuigen van de ernst van de situatie.'

Lijken in rivier

Dus ja, zegt Van Eijk, de hockeyinternationals wisten dat er onder het militaire bewind van dictator Jorge Videla mensen waren verdwenen onder mysterieuze omstandigheden. Dat er lijken lagen op de bodem van de rivier Rio del Plata. Dat tegenstanders van het regime uit helikopters werden gedropt boven zee. Dat de Dwaze Moeders elke dag op de Plaza de Mayo liepen in de hoop dat iemand hen kwam vertellen waar hun spoorloos verdwenen kind was. 'Dus wij wisten heel erg wat er speelde', zegt Van Eijk. 'En toen kwam dus de keuze: wat gaan we doen in Argentinië? En het antwoord daarop was dat we erheen gingen om wereldkampioen te worden. Als we politiek wilden bedrijven moesten we dat thuis doen en niet daar. Want dat had op dat moment toch geen zin.'

Medaille weigeren

En daar hield Van Eijk zich aan. Het hele team hield zich er het hele toernooi aan, tot de dag van de finale. Nederland moest op 2 april 1978 aantreden tegen Pakistan. Kort van tevoren liet Hans Jorritsma zijn teamgenoten weten dat hij de medaille niet in ontvangst zou nemen als die door Videla zou worden uitgereikt. 'Hij is weggelopen tijdens de uitreiking. Dat is een hele rel geweest, maar het is wel een hele moedige daad van hem. Aan de andere kant: of Videla daardoor eerder gevallen is, dat is niet denkbaar.' 

En dat vergeten dus een hele hoop mensen. Dat sporters eigenlijk met die dingen helemaal niet bezig kunnen of willen zijn. Je hebt maar een paar kansen in een sportersleven. Dus ik voel met die sporters enorm mee.

• Geert van Eijk

En daarom schaart Van Eijk zich ook volop achter de voetballers van het Nederlands elftal. Van Eijk vindt dat het team gewoon naar Qatar moet gaan als het zich kwalificeert. In dat land zijn ruim 6.500 arbeidsmigranten uit voornamelijk India gestorven bij de bouw van voetbalstadions. Voor Van Eijk schept de situatie een dilemma. Als bestuurslid van de stichting Pater Schlooz zet hij zich in voor kansarme kinderen in India, van wie de ouders vaak gedwongen zijn te vertrekken naar datzelfde Qatar om stadions te bouwen. 'Het gaat niet fout bij de sporters, maar bij die corrupte bobo's. Het begint gewoon bij het feit dat er met geld gesjoemeld wordt om zoiets binnen te halen. Daar begint het al. Dat moest gewoon niet mogen. Daar moesten ze mee beginnen om dat af te schaffen. Sporters hebben een drive, die boven het normale uit gaat, om alles opzij te zetten. En dat vergeten dus een hele hoop mensen. Dat sporters eigenlijk met die dingen helemaal niet bezig kunnen of willen zijn. Met statements maken, de pers te woord staan, liefst nog kort voor je het veld op gaat. Dus ik voel met die sporters enorm mee. En dat is niet om mijzelf te rechtvaardigen want toen wij de keuze kregen of we wel of niet wilden gaan zei ik: ik wil daar wereldkampioen worden. Dat team was er rijp voor. Helaas mocht het niet zo zijn, we werden tweede, maar het was de moeite waard ondanks het feit dat je met gemengde gevoelens daarheen ging. Want we wisten dat er mensen op de bodem van de rivier lagen, toen al. En toch ga je, volledig gefocust op de sport daarheen.'

Van alle tijden

Tegelijkertijd weet ook Van Eijk als geen ander dat sport en politiek nooit gescheiden zijn geweest, en dat zal waarschijnlijk niet snel veranderen. 'Dat totalitaire systemen of landen waar de macht niet gelijkelijk is verdeeld sport gaan inzetten om hun gelijk te halen, en om aan te geven: kijk eens wat wij een goed land zijn. We hebben het gezien in 1936 in Berlijn, dat was pure propaganda voor het nationaalsocialisme. Het was in Argentinië niet anders en dat is nu zo in Qatar.' In 1980 overkwam het Van Eijk weer, toen de Olympische Spelen in Moskou plaatsvonden. Dat toernooi werd door de hockeybond wél geboycot. Van Eijk had eerder al bepaald dat die Spelen zijn laatste toernooi zouden worden, maar het mocht niet zo wezen. Duitsland, Pakistan en Australië besloten niet te gaan, waarna Nederland afzag van deelname omdat het een 'gedevalueerd toernooi' zou zijn. Van Eijk: 'Ik zei: dat weet over twintig jaar toch niemand meer. Goud is goud. Zo zie je maar. Rusland valt Afghanistan binnen en de Olympische Spelen gaan voor ons niet door. Dus mensen die zeggen sport heeft niks met politiek te maken, dat is nooit waar geweest.'

Terugkijkend op zijn deelname aan het WK 1978 in Argentinië kan Van Eijk zichzelf nog altijd in de spiegel aankijken. 'Ik ben blij dat ik er ben geweest. Ik heb daar ook prachtige dingen meegemaakt. Het is altijd een afweging en dat leidt tot een dilemma. En dan weet je wel wat dat is. Dan doe je het nooit goed. Innerlijk heb ik er vrede mee dat ik die keuze gemaakt hebt. Als je dat bedoelt zeg ik ja, ik ben tevreden dat ik het toch gedaan heb.'