advertentie Obesitas

Restyling krant betekent einde voor stadscolumn

Na acht jaar columns van Blônd en Bril verschijnt morgen de eerste zaterdagkrant van De Limburger in een nieuwe stijl, waarin geen plek meer is voor de stukjes over Venlo.

Funske

Sef Derkx is al sinds 1996 actief als leverancier van deze stukjes over alles wat zich afspeelt in het Venlose. Eerst onder de naam Funske, sinds acht jaar in een wisselrubriek met Frans Pollux onder de naam Blônd & Bril. Derkx: ‘Ik begrijp de keuze, maar ik vind het wel een verschraling. Het is een raar gevoel om na acht jaar te stoppen met deze rubriek.’

Geen stadseditie

De reden voor het einde van Blônd en Bril is een restyling. De Limburger heeft sinds deze week geen losse stadsedities meer, maar een regio-versie. In Venlo wordt nu de editie Noord-Limburg bezorgd met daarin nieuws uit heel Noord-Limburg in het voorste deel van de krant. Columns die alleen Venlo aangaan, passen daar niet meer in.

Niet online verder

De krant beloofde bij de aankondiging van de restyling wel meer nieuws over afzonderlijke gemeentes te gaan brengen op internet. Een uitnodiging om de column voort te zetten op de site kreeg het duo Blônd en Bril echter niet. Derkx weet al een tijdje dat het einde er aan zat te komen, maar De Limburger bracht het nieuws vandaag pas naar buiten. In de laatste bijdrages van Blônd en Bril werd er niet over gerept. ‘Wij vonden dat dat iets van de krant zelf moest zijn’, stelt Derkx.

Prinseraoje

In de stukjes van Derkx kwamen vaak vaste onderwerpen aan bod, zoals de gäöt, het freitei en in de aanloop naar de vastelaovend het prinseraoje. ‘Prinseraoje was zelfs het allereerste onderwerp van mijn column Funske in september 1996’, zegt Derkx. ‘Zeker in de beginjaren werd daar ook echt over gepraat. Als je dan genoemd werd in zo’n stukje en je ging zonder de krant gelezen te hebben naar de bakker ‘s morgens, dan werd je voor je daar was al twee keer gefeliciteerd.’

Bijnamen

Ook de vele bijnamen die Derkx bedacht voor bekende Venlonaren zijn het vermelden waard. Denk bijvoorbeeld aan ‘De Treurwilg oét Belvend’ (Arno Adams), ‘Het Orakel van het Villapark’ (Harry Pouwels in zijn tijd als Jocus-vors) of ‘De wethalder veur scheifliggende stoeptegels’ (Peter Freij). Die laatste vindt Derkx zelf het meest geslaagd.