Ozel en elend

Afgelopen zaterdag. Poelier Leo Schatorjé komt van de markt en ik loop erop. We maken een praatje.

Ik vraag hem waar zijn verkoopwagen is gebleven, die staat er al weken niet meer. Het kost geld om op de markt te staan, legt hij uit. En er is nog iets. Hun winkel in de Puteanusstraat bestaat vijftig jaar. Al die tijd hebben ze Duitse klanten gehad. Nu zijn er aevel dagen, dat er geen enkele Duitser komt. In vijftig jaar, een halve eeuw niemand van euver de päöl. Het is een dieptepunt voor Venlo als Duitse winkelstad.

Bij Tebben kocht ik Blerickse buffelmozzarella. Minseleef wat is die lekker, ik heb nu een recept met roeëje krueëtjes. Een Italiaanse fijnproever zou er voor omrijden. Die zie je aevel ook niet op de markt. Net als Duitsers. Van de week had ik het erover met Francois Tebben. Ook voor hen geldt dat de zaterdagmarkt allewiels alleen maar späön kost. Ze willen aevel in deze periode van corona toch aanwezig zijn. Anders is er straks misschien helemaal geen markt meer. Bovendien willen ze Nederlandse klanten niet teleurstellen. Het Venlose hert krump als je op internet de Rheinische Post leest. Het is corona voor en corona achter. Aan de grens zijn strenge controles, waarschuwt de krant. Blijf thuis, anders gezegd. Dat doen ze alzoeë massaal.

Is er deze week dan niets positiefs te melden? Is het alleen maar ozel en elend in ‘t stedje? Aan miene hak, zag Koeëba! Als zelfbenoemd zelftherapeut met slechts een cliënt, zoek ik altijd naar een lichtpuntje.

Al was het maar de Internationale Dag van het Naakt Tuinieren, die dit jaar op zaterdag 1 mei aanstaande wordt gevierd. Dubbel feest trouwens, want het is ook Dag van de Arbeid. Overigens blijf ik van mening, dat het college van burgemeesters en wethouwers een vertegenwoordiger op pad moet sturen op de Internationale Dag van de Arbeid, maar dit terzijde.

We hadden het immers over een lichtpuntje. Dit schijnt ons nu al tegemoet en staat genoteerd voor donderdag 26 augustus, de start van het Zomerparkfeest. Sjanneke Hendrix van het festival vertelde van de waek in de krant dat hard gewerkt wordt aan een editie die coronabestendig is. Ik kreeg er zowaar goede zin van. Op de vleugels van mooie herinneringen, zweefde ik terug naar het Zomerparkfeest 2006, naar de opening met Serzjant Paeper. Wat hebben we daarvan genoten… vijftien jaar geleden alweer.

Wies ’t aevel weer ens is,
Sef Derkx