advertentie VieCuri Mooi

Café Corona en de Nèksfieter van Da Vinci

We beginnen deze week met de Huiskamervraag. Waar in ’t stedje was vroeger café Corona? Een aanwijzing: het pand is gesloopt en de straathoek verdwenen.

Nu aevel eerst over het virus met dezelfde naam. Ik ga al jaren regelmatig op zaterdag naar de merret. Vanwege de sfeer. Bijna iedereen spreekt je in het Venloos aan. De merret is gezelliger dan een anonieme supermarkt. Wat me de vorige week opviel, is dat de anderhalve meter niet meer heilig is. Het is eine toemel van minse. Eigenwijs zijn is prima. In verbinding aevel met een gebrek aan gezond verstand, kan een combinatie ontstaan waarvan mensen doodziek worden. Wordt er toezicht gehouden of gehandhaafd? Aan miene hak, zag Koeëba. Het is blijkbaar ieders eigen verantwoordelijkheid. Je houdt je hart vast.

De Venlose vormgever Joep Geelen heeft een prachtige poster ontworpen om die anderhalve meter onder de aandacht te brengen. Zijn creatie heeft zoveel kwaliteit, dat ze geselecteerd is voor een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Dat is de meest prestigieuze tempel voor beeldende kunst van ons land. De Venlonaar heeft zich laten inspireren door dae Nèksfieter van Da Vinci uit 1490. Kunstkenners hebben het over de Vitriviusman. Probeer dat aevel maar eens uit te spreken. Vitriviusman man man, om Greekbaer te citeren. Omroep Venlo berichtte er afgelopen week over. Een gelukkige Joep liet me weten dat hij zich door de selectie gepaerdskeuteld voelt. Door alle aandacht was hij roeëd wies achter de oeëre.

Op slaag, zo vertelde hij, kwam alles stil te liggen begin maart. Opdrachten werden door de pandemie afgezegd of uitgesteld, nieuwe bleven uit. Hij heeft van de nood een deugd gemaakt en zie het resultaat. Een poster, die de nieuwe menselijke maat in de dagen van corona tot onderwerp heeft.

Tot slot het antwoord op de Huiskamervraag, met dank aan Will Sorée. Café Corona lag op de hoek Havenkade en Oude Markt. Het was de stamkroeg van voetbalclub De Korepaters. Piet en Corrie Klaassens waren de uitbaters.

Wies ’t aevel weer ens is,
Sef Derkx