advertentie

Anna's tastbare herinneringen aan de oorlogsjaren

In aflevering 2 van de historische rubriek van Omroep Venlo Ik weit nog good blikt Anna Berendsen (83) terug op de bombardementen van 1944, deze maand precies 75 jaar geleden.

Het is vrijdag de dertiende in oktober 1944 als de geallieerden beginnen met het eerste van dertien bombardenten op de Maasbruggen van Venlo. Ze willen de bruggen verwoesten zodat de Duitsers deze, voor hen belangrijke, toevoerweg niet meer kunnen gebruiken.

Bruggen houden stand

Maar het loopt helemaal anders. Bij het eerste bombardement op 13 oktober wordt binnen een kwartier tijd een groot deel van het stadscentrum van Venlo in een puinhoop veranderd. De bruggen zijn ongeschonden en blijven dat ook in de twaalf bombardementen daarna. Uiteindelijk blazen de Duitsers de bruggen zelf op.

 
Door de bommenregen raken grote delen van Blerick en Venlo verwoest. Bij één van die bombardementen is het vooral raak op en rond de Oude Markt. Daar woont in die tijd de familie Berendsen, met een tandartsenpraktijk en daarboven een woonhuis. Dat lag ongeveer op de plek waar tegenwoordig café De Blauw Trap staat. Anna Berendsen was toen acht jaar en kan zich de bombardementen nog goed herinneren. 'Ons huis bleef staan maar om ons heen, links en rechts, was alles weg', zegt Berendsen.

Moeder en acht kinderen

De buren, de familie Dings, werden wel zwaar getroffen. 'Een moeder met acht kinderen zijn allemaal omgekomen. Tegenelkaar geplakt en verkoold door een brandbom. De vader van het gezin was weg en ik kan me de ontmoeting met mijn vader nog herinneren. Dat was een drama en toch is de betekenis ervan, ons als kinderen ontgaan. Je vond het wel verschrikkelijk maar de draagwijdte van dat zo iemand is omgekomen, heb ik destijds niet helemaal doorzien.'


Gekraak en gebrom

Na de bombardementen op en rond de Oude Markt, vertrok Anna met haar familie naar de Bovenste Molen, waar ze zich schuilhielden in de kelder van het restaurant. Ook daar zagen ze de bommenwerpers overvliegen. 'Vader kon het niet uithouden in de kelder en moest altijd weg, dus gingen we lopen op de hei. En toen kwamen de vliegtuigen aan vanuit Duitsland. We keken omhoog en zagen grote, zwarte dingen. Die luiken ging open, die bommen kwamen eruit en we zagen die boven onze kop gelost worden en ze zweefden heel mooi richting stad weg van ons. Toen dacht ik: het is niet voor ons bestemd, we zijn gered. Maar het kraken van die luiken en dat zachte gebrom van zo'n vliegtuig vind ik nog altijd heel rotte geluiden.'

De familie Berendsen kwam de oorlog fysiek ongeschonden door. De tandartsenpraktijk en het bovenwoning waren weliswaar verwoest en de familie moest een nieuw leven opbouwen elders in de stad. En ondanks al het leed, hield de familie nog twee tastbare herinneringen over aan de oorlogsjaren, met dank aan schilder Mathieu Wiegman. Hij verbleef bij de familie en maakte twee schilderdijen die tot de dag van vandaag in bezit zijn van de familie Berendsen.

advertentie

Lees ook deze artikelen